Steeds vaker word ik als directeur Personal & Corporate Finance gevraagd: “Wat vind jij nou van private lease?” Laatst nog had ik een bespreking met een collega directeur. Zijn zoon had zijn oog laten vallen op een nieuwe wagen. De financiering ervan zou geschieden door middel van private lease. Nou gun ik iedereen een nieuwe auto, maar ik gun ook iedereen een onbezorgde financiële toekomst en deze twee zijn niet altijd goed te combineren. Ik had de behoefte om aan mijn collega, een drukbezet man, met concrete argumenten en een praktijkvoorbeeld uit het verleden mijn standpunt duidelijk te maken. Ik neem u graag mee in onze dialoog.

Vroeger, vertelde ik hem, kocht ik van mijn spaargeld een tweedehands Volkswagen Jetta. Het was zelfs de iets luxere variant, want hij kreeg de toevoeging Pacific. Al met al kostte deze wagen bijna 14.000 hele guldentjes, omgerekend een dikke € 6.000,-. Mijn broer bezat een Nissan Sunny. Ook een wagen met de nodige levenservaring en kilometers op de teller. Het was qua design niet veel bijzonders, maar één ding was het wel, de auto was van ons. En we waren er zuinig en toch ook trots op. Ook de lokale autosloper had aan ons een goede klant. Met name de tweedehands onderdelen voor mijn Volkswagen waren rijkelijk vertegenwoordigd op het autokerkhof. Met een kilometer stand van boven de 400.000 is mijn Volkswagen verkocht aan iemand die er mee naar Marokko afreisde. Hij had zijn geld meer dan opgeleverd.

De addertjes van private lease

Het sluiten van een leasecontract is als thuiswonende niet erg ingewikkeld. Maar er zitten nogal wat addertjes onder het gras, die vader en zoon niet altijd goed kunnen overzien. Zo is er na het sluiten van een private leaseovereenkomst weinig ruimte over voor een hypothecaire financiering. Als u het als ouders toejuicht dat kinderen tot hun 30e of 40e thuis blijven wonen, stimuleer ze dan vooral om zo’n overeenkomst te sluiten.

Daarnaast zijn er nog andere onderbelichte risico’s aan private lease. Om te beginnen dat het aantal kilometers dat contractueel is overeengekomen vaak vastgesteld is op 10.000 kilometer per jaar. Meer kilometers worden uiteraard in rekening gebracht, maar minder kilometers worden niet vergoed. Daarnaast gaat men voor de berekening van de verzekeringspremie uit van weinig tot geen schadevrije jaren, maar men bouwt ook weinig tot geen schadevrije jaren op. Ook kleven aan het tussentijds opzeggen van de overeenkomst de nodige financiële nadelen. Het afkopen van een private leasecontract is zeker niet gratis.

Misleidende reclame

Ten aanzien van de reclame-uitingen heb ik ook nog wat kritische opmerkingen. Bij private lease wordt er vaak geadverteerd met 0% fiscale bijtelling. Dit vind ik toch wel een bijzonder slecht verkoopargument. Fiscale bijtelling is een bedrag dat wordt opgeteld bovenop op het maandsalaris indien men gebruik maakt van een zakelijke leaseauto. Bij een leaseauto komen alle kosten voor rekening van de werkgever. De belastingdienst ziet dit als loon in natura. Fiscale bijtelling houdt in dat men over deze bijschrijving ook belasting moet betalen. Adverteren met 0% fiscale bijtelling is dus flauwekul. Er is op geen enkele wijze sprake van loon in natura in het geval van private lease.

Ook zijn de geadverteerde tarieven voor de basisuitvoering. Wil je extra opties of duurdere velgen? Dan ziet men het geadverteerde tarief snel stijgen!

Maar er zijn ook voordelen!

Zijn er dan überhaupt wel goede redenen te bedenken voor private lease? Zeker wel. Er is een grote groep werknemers in Nederland die de beschikking heeft of had over een leaseauto. Mocht hierin door het veranderen van baan of functie de leaseauto komen te vervallen en men heeft een functie met veel zakelijk betaalde kilometers, dan is private lease zeker een overweging. Ook voor senioren kan het gemakshalve interessant zijn. Er is geen omkijken meer naar het onderhoud, want ook mijn tweedehandsje had een nadeel. Het gebruiksrisico was namelijk geheel voor eigen rekening. Tegen mijn collega wil ik nog zeggen, ga op een zaterdag maar eens lekker tweedehands auto’s kijken met je zoon. Dit zijn de betere vader en zoon uitjes en schop eens lekker als volleerd autokenner tegen de bandjes!

De economische groei remt af en de huizenprijzen stijgen minder sterk. Lokaal zijn zelfs de eerste prijsdalingen te zien. Ook het consumentenvertrouwen daalt. Om mij heen zie ik mensen die angstig en soms zelfs wanhopig op zoek zijn naar een eigen woning. Zij vragen zich af: is het verstandig om nu een huis te kopen? En: wat zijn daarbij de risico’s? In dit artikel ga ik daar graag dieper op in.

Financiële risico’s

De hypotheekrente staat lager dan ooit. De kans dat die nog verder daalt, is dus klein. De kans op een toekomstige stijging is groter. De lage rentestand zorgt ervoor dat woningen nog enigszins ‘betaalbaar’ zijn. De aftrekbaarheid van de hypotheekrente neemt af. De afbouw hiervan is ingezet. Welke partijen er ook deel uitmaken van toekomstige regeringen, een verbeterde aftrekbaarheid van de hypotheekrente is niet waarschijnlijk.

Als woningeigenaar moet je rekening houden met stijgende energieprijzen. Bovendien wil Nederland binnen afzienbare tijd van het gas af. Willen we onze woningen energiezuiniger maken, bijvoorbeeld met zonnepanelen en isolatie, dan zijn we afhankelijk van vakspecialisten. Deze zijn ondertussen net zo schaars als betaalbare koopwoningen.
In de jaren tachtig en negentig gaf de introductie van de spaarhypotheek de huizenprijzen een enorme impuls. Nieuwe hypotheekregels staan deze vormen niet meer toe. Verplicht aflossen is het nieuwe credo.

Er ontstaan mogelijkheden om woningen te kopen zonder eigenaar te worden van de grond; een soort erfpacht. Later kan de grond dan tegen de geïndexeerde waarde alsnog worden aangeschaft. Dit drijft de prijzen van woningen nog verder op. Potentiële kopers zijn hier op termijn zeker niet bij gebaat. Het is een sigaar uit eigen doos. In aandelenland noemen ze dit een agioreserve; dividend uitkeren in de vorm van eigen aandelen.

Inmiddels trekken we financieel alles uit de kast om onze woningen betaalbaar te maken. Bijvoorbeeld via belastingvrij schenken van ouders aan hun kinderen. Er loopt zelfs al een discussie over het eerder beschikbaar krijgen van ons pensioenvermogen voor de aankoop van een eigen woning. Daarmee putten we nu al uit toekomstige financiële meevallers.

Technische risico’s

In het aardbevingsgebied in Groningen hebben woningen een hoger risico om onverkoopbaar te worden. Dat is logisch: door de gaswinning ontstaan er aardbevingen. En ondanks alle toezeggingen van de betrokken partijen ben ik nog steeds sceptisch over een goede afwikkeling voor deze huiseigenaren.
Ook extreme droogte kan zorgen voor scheuren en verzakkingen in woningen. We krijgen de komende jaren vaker te maken met extreme periodes van droogte en extreme neerslag. Daar moeten we rekening mee houden.

Veel Nederlandse woningen hebben nog een fundering die uit houten palen bestaat. Uit onderzoek van een student van Avans+ blijkt dat ruim 400.000 van deze woningen last hebben van paalrot. In totaal een schadelast van 40 miljard euro. De kosten voor het herstel komen meestal voor rekening van de huiseigenaar.

Emotionele risico’s

Als de prijs van iets snel stijgt, zijn wij als Nederlanders direct bang om de boot te missen. Daar worden we erg gretig van. Denk aan cryptocurrency zoals de bitcoin en aan de aandelen van World Online. Zo gaat het momenteel ook op de huizenmarkt. Potentiële kopers bieden tegen elkaar op zonder de waarde van een woning te kennen; ze kennen slechts de prijs. Hierbij wijs ik graag op de prachtige uitspraak van Oscar Wilde van meer dan honderd jaar geleden: ‘Mensen kennen van alles de prijs, maar van niets de waarde.’

Ik zou potentiële kopers daarom vooral willen adviseren om zich niet te laten leiden door emotie. Focus daarentegen op de waarde en de kwaliteit van de woning die je op het oog hebt.

Herman Derks is directeur Personal & Corporate Finance bij Avans+.